Fietsen door de Empordà: de mooiste schilderachtige wielertocht van Catalonië
Ontdek de mooiste schilderachtige wielertocht door de Empordà-streek: glooiende heuvels, middeleeuwse dorpjes en de Middellandse Zee. Perfect voor fietsliefhebbers!

Catalonië kent veel prachtige wielerregio’s, maar de Empordà doet wat geen ander kan: ruige kust, glooiende wijngaarden en middeleeuwse dorpjes smelten hier samen tot een intense beleving. Je fietst niet zomaar; je glijdt door een levend schilderij, waar de Pyreneeën aan de horizon opgaan in de azuurblauwe Middellandse Zee. Verborgen baaien van de Costa Brava, stille binnenlandse wegen, karakteristieke stenen boerderijen – het maakt dit de meest fotogenieke route van de regio. Deze gids biedt de perfecte lus, met onmisbare stops, hoogteprofielen en praktische tips. Zo haal je het maximale uit je rit. Klaar voor een tocht die je zintuigen prikkelt en je hart sneller laat kloppen? Dit is fietsen zoals het bedoeld is.
Voorbereiding en aankomst in de Empordà
Reizen naar de regio en logistiek
De Empordà is verrassend goed bereikbaar, zowel per vliegtuig als per trein. De luchthaven Girona–Costa Brava ligt op ongeveer een half uur rijden van de belangrijkste fietsroutes, terwijl het hogesnelheidsstation Figueres–Vilafant (AVE) je vanuit Barcelona of zelfs Parijs in enkele uren naar het hart van de regio brengt. Plan je aankomst idealiter op een dag zonder fietsactiviteit. Zo heb je de tijd om je fiets rustig te assembleren, de zadelhoogte af te stellen en een lokale kaart of GPS-route te laden op je fietscomputer of smartphone. Een papieren kaart is overigens geen overbodige luxe; in de heuvels van de Albera of het dal van de Fluvià is het mobiele bereik soms verrassend slecht. Overweeg om in Figueres te overnachten als startpunt. De stad ligt centraal ten opzichte van zowel de kust als het binnenland, en je staat ’s ochtends direct voor de deur van het Dalí-museum – een perfecte culturele opwarmer voor een dag in het zadel. Bovendien zijn er voldoende fietsenwinkels en hotels met beveiligde fietsenstallingen in de buurt van het station.
Wat neem je mee op de fiets
Naast het standaard reparatiemateriaal – binnenbanden, bandenlichters, een multitool en een kleine pomp – is het essentieel om voldoende water en energierepen mee te nemen. De afstanden tussen de dorpen kunnen namelijk behoorlijk lang zijn; zo liggen bijvoorbeeld Sant Climent Sescebes en Vilajuïga bijna tien kilometer uit elkaar zonder enige tussenliggende bevoorrading. Een lichte regenjas is onmisbaar, zelfs in de zomer. De tramuntana, de noordenwind die hier vaak opsteekt, kan plotseling vochtige lucht van zee aanvoeren en binnen een half uur een heldere hemel in een grijze deken veranderen. Vergeet ook niet dat veel wegen smal en bochtig zijn, vaak met blinde bochten en overhangende takken. Een fietsbel is dan geen overbodige luxe, en een goed zichtbaar achterlicht – bij voorkeur met een knipperstand – vergroot je zichtbaarheid voor het weinige gemotoriseerde verkeer dat hier komt. Zet tot slot je zonnebril klaar: de reflectie op de witte kalkstenen muren langs de wijngaarden kan verblindend zijn.
De geografie van de Empordà begrijpen
Wie de Empordà per fiets wil verkennen, doet er goed aan eerst de opbouw van het landschap te doorgronden. Deze streek in het uiterste noordoosten van Catalonië is geen eentonige vlakte, maar een gebied met twee duidelijk te onderscheiden deelregio’s, elk met een eigen karakter en uitdagingen.
Twee deelregio’s: Alt en Baix Empordà
Het noordelijke Alt Empordà strekt zich uit rondom Figueres en richting de Franse grens. Uitgestrekte, vlakke polders – ooit moerasland – domineren hier. Rechte wegen lopen tussen rietkragen en rijstvelden, met op de achtergrond de ruige uitlopers van het Albera-gebergte. Dit is het domein van lange, rustige tochten: kilometerslang doortrappen zonder noemenswaardig hoogteverschil. Het zuidelijke Baix Empordà biedt een totaal ander decor. Pareltjes als Pals, Peratallada en Begur liggen te midden van glooiende heuvels bedekt met kurkeiken en dichte mediterrane bossen, afgewisseld met steile klimmetjes naar middeleeuwse dorpjes. Deze tweedeling bepaalt in grote mate de moeilijkheidsgraad van je route. Plan je een ontspannen dag met weinig inspanning, kies dan voor de vlakke delen van het Alt Empordà. Zoek je een uitdagende training of wil je je klimvaardigheden testen, dan zijn de heuvels rond het Gavarres-massief in het zuiden je uitgelezen speelterrein.
Natuurlijke grenzen en windpatronen
Ook de natuurlijke grenzen spelen een cruciale rol. In het noorden vormen de Pyreneeën een imposante muur die koude noorderwinden tegenhoudt; de Middellandse Zee in het oosten zorgt voor een mild en relatief stabiel klimaat. Toch is er één fenomeen waar elke wielrenner rekening mee moet houden: de lokale wind. Vooral in de namiddag steekt er vaak een stevige zeewind op, het hardst voelbaar langs de kuststrook tussen L’Escala en Begur. Op de open wegen kan die wind je flink parten spelen, zeker wanneer je na een lange tocht terugkeert naar je vertrekpunt. Een slimme tactiek: fiets ’s ochtends tegen de wind in, wanneer die nog zwak is, en keer ’s middags met de wind in de rug terug. Zo profiteer je van een natuurlijke duw in plaats van een uitputtende strijd tegen de elementen. Wie deze twee geografische basisprincipes respecteert, ontdekt al snel dat de Empordà niet alleen een lust voor het oog is, maar ook een uiterst doordachte fietsbestemming.
De klassieke start: Figueres en het Dalí-erfgoed
Begin in het geboortedorp van Dalí
Figueres is meer dan het logistieke knooppunt van de Alt Empordà; het is het culturele hart van de streek en de geboorteplaats van Salvador Dalí. Voordat je je wielrennersbenen strekt, is een bezoek aan het Dalí Theatre-Museum vrijwel verplicht. Dit surrealistische gebouw, met zijn opvallende rode gevel en eieren op het dak, is een ervaring op zich. Plan je bezoek slim: ga vroeg in de ochtend vóór je vertrek, zodat je met een vol hoofd aan de tocht begint, of bewaar het als beloning voor de terugkeer. De toegangsprijs voor het museum ligt in 2026 naar verwachting tussen de € 15 en € 25 per persoon, afhankelijk van tijdslot en eventuele combitickets met andere Dalí-locaties in de regio. De route zelf vertrekt doorgaans via rustige, lokale wegen richting het noordoosten. Al na een paar kilometer fiets je de bebouwde kom uit en opent het landschap zich tot de karakteristieke open vlakte van de Alt Empordà, met vergezichten over velden die worden afgewisseld door rijen platanen en hier en daar een eenzame boerderij.
Eerste kilometers richting de vlakte
Vanuit Figueres fiets je over licht glooiende wegen die je bijna onmerkbaar laten wennen aan het ritme van de tocht. De eerste kilometers voeren langs uitgestrekte velden met zonnebloemen, graan en boomgaarden, vaak met het silhouet van het kasteel van Sant Ferran in je rug. Het terrein wordt merkbaar vlakker naarmate je dichter bij de kustlijn komt, wat dit traject tot een ideale opwarming maakt. De wegen zijn smal, maar het verkeer is over het algemeen beperkt, zeker buiten de ochtendspits. Houd wel rekening met landbouwvoertuigen die in de vroege uurtjes actief zijn; tractoren en bestelbusjes kunnen onverwachts opduiken vanuit veldwegen. Fiets daarom defensief en geniet van het feit dat je hier nog echt alleen op de weg bent. De combinatie van culturele bagage en het open, kalmerende landschap maakt dit het perfecte startpunt voor een tocht die later uitmondt in de ruige kust van de Costa Brava en de middeleeuwse dorpjes in het binnenland.
Het natuurpark Aiguamolls en de vlakke polders
Fietsen door een beschermd wetland
Het Parc Natural dels Aiguamolls de l’Empordà is een van de weinige echt vlakke stukken in de anders zo glooiende Empordà. Tussen de kustplaatsen Empuriabrava en Sant Pere Pescador liggen kilometers aan fietspaden, vaak over oude dijken die ooit het land tegen overstromingen beschermden. Nu vormen ze perfecte, rechtlijnige routes door een landschap dat door mens en natuur is gevormd. Voor een rustige ochtendrit is dit ideaal: je trapt zonder inspanning vooruit terwijl het licht langzaam over rietkragen en drassige weilanden trekt. Vanaf de uitkijkplatforms op strategische punten spot je met een verrekijker purperreigers, lepelaars en soms zelfs een flamingo. Alleen het gekwaak van kikkers en het ruisen van de wind door het riet doorbreekt de stilte. Een praktisch punt: sommige paden zijn onverhard, vooral dieper het park in. Met een racefiets met 28mm-banden kom je er prima doorheen, maar wie op een pure tijdritfiets met smalle 23mm-banden zit, volgt beter de verharde hoofddijken en laat de binnenpaden voor wat ze zijn.
Praktische tips voor dit traject
Plan dit deel van de tocht bij voorkeur vroeg op de dag, wanneer de vogels het actiefst zijn en de temperatuur nog aangenaam. De ochtendmist boven de polders maakt het landschap bovendien op zijn mooist. Houd er rekening mee dat er weinig voorzieningen zijn in het park zelf; er is geen café of restaurant op de route, dus neem voldoende eten en drinken mee. Een gevulde bidon en een paar energierepen zijn hier geen luxe, maar noodzaak. In dit open gebied kan de wind flink toeslaan, want er is vrijwel geen beschutting. Zelfs op een rustige dag kan een stevige noordenwind, de zogenaamde tramuntana, je voortgang belemmeren. Check daarom altijd de windverwachting vooraf en overweeg tegen de wind in te starten, zodat je op de terugweg profiteert van rugwind. De totale afstand door het park is beperkt – zo’n 15 tot 20 kilometer als je alle dijken volgt – maar door de rustige omgeving en de vele stops bij uitkijkpunten kun je hier makkelijk twee uur over doen. Neem de tijd, want dit is het meest serene stuk van de hele tocht.
De middeleeuwse dorpen: Pals, Peratallada, Monells en Ullastret
Een route langs cultuurhistorische parels
Dit is het kloppende hart van de Empordà. Je kunt de route op één dag fietsen, maar twee dagen verdient de voorkeur. De vier dorpen liggen dicht bij elkaar in het Baix Empordà, verbonden door rustige, licht glooiende wegen die tussen velden met zonnebloemen en rijst slingeren. Pals maakt de meeste indruk: het dorp kroont zich op een heuvel met weidse uitzichten over de vlakte tot aan de Middellandse Zee. Fiets omhoog door de smalle straatjes en laat je fiets even staan bij de Mirador del Pedró. Peratallada en Monells zijn volledig ommuurd en vrijwel geheel opgetrokken uit kalkzandsteen; de kasseien glinsteren in de middagzon en de doolhofachtige steegjes nodigen uit tot dwalen. Ullastret is kleiner, maar herbergt het Museu d’Arqueologia de Catalunya met de beroemde Iberische beeldjes – een perfecte plek voor een culturele pauze met koffie op het zonnige terras naast de kerk.
Kasseien en klimmetjes
De toegangswegen naar deze dorpen zijn verrassend goed geasfalteerd, dus je fietst vlot en comfortabel van het ene naar het andere dorp. Binnen de poorten verandert het wegdek echter in oneffen kasseien. Hier moet je niet alleen langzaam fietsen, maar vaak zelfs afstappen en lopen. Plan voldoende tijd in: dit traject is geen snelheidsgedeelte, maar een wandel- en ontdekkingstraject. Je wilt immers ook de romaanse kerk van Monells zien of de grachten van Peratallada van dichtbij bekijken. De heuvels rondom deze dorpen zijn kort maar pittig, met stijgingspercentages tot 8 procent. Vooral de beklimming naar Pals vanuit de vlakte is venijnig: niet lang, maar steil genoeg om je hartslag op te jagen. Neem de tijd, schakel tijdig terug en beloon jezelf bovenaan met een ijskoud drankje op het plein. De totale lus is ongeveer 35 kilometer, maar met al het stoppen en wandelen reken je makkelijk op een halve dag vol cultuur en klimwerk.
De kuststrook van L’Escala naar Begur
Deze etappe start in L’Escala, een charmant vissersdorp dat ondanks het toerisme zijn ziel heeft behouden. Direct buiten het centrum, aan zee, liggen de ruïnes van Empúries: de oudste Griekse en Romeinse nederzetting van het Iberisch schiereiland. Een bezoek aan dit archeologische park is een absoluut hoogtepunt, maar kost minimaal een uur. Plan dat zorgvuldig in, want de kustweg zelf wil je niet haasten. De entreeprijs ligt tussen de €6 en €12 per persoon, afhankelijk van combinatietickets met het nabijgelegen museum. Zodra je de ruïnes achter je laat, begint de weg te golven. Glooiend slingert hij langs verborgen baaien, ruige rotsformaties en het diepblauwe water van de Middellandse Zee. Dit is typisch Empordà: ruig, droog en toch weelderig groen, met cipressen als donkere accenten tegen de okergele aarde.
Tussen L’Escala en Begur wisselen korte, pittige klimmetjes en snelle, technische afdalingen elkaar in rap tempo af. Je trappers draaien nooit lang in dezelfde versnelling; dat maakt deze strook uitdagend maar bijzonder dynamisch. De wegen zijn hier smaller dan in het binnenland. In het hoogseizoen kan het bovendien druk zijn met toeristenauto’s die een parkeerplek zoeken bij een van de vele cala’s. Wees dus alert, zeker in de bochten, en houd voldoende afstand. De beloning voor al dat klim- en daalwerk komt wanneer je Begur nadert. Het stadje ligt op een imposante heuvel, omringd door een negentiende-eeuwse muur met zeven torens. De laatste beklimming naar het centrum is stevig, maar boven wacht een panoramisch uitzicht over de hele Costa Brava, van het massief van Montgrí tot aan de Illes Medes. Neem hier zeker de tijd voor een uitgebreide lunchpauze. Kies een terras aan de Plaça Major en geniet van een traditionele ‘esqueixada’ (gezouten kabeljauwsalade) of een bord ‘arròs negre’. Reken voor een lunch met drank voor twee personen op ongeveer €25 tot €45 per persoon. Vanaf Begur zijn er bovendien verschillende opties om terug te keren of de route te verlengen richting Palafrugell of de Cap de Creus, maar dat is voor een volgende rit.
De heuvels van de Gavarres en de Albera
Wie de vlakke, met wijngaarden bezaaide polders van de Empordà al kent, wacht er een tweede, verborgen laag: de heuvels die de streek als een groene schildpad omringen. De kustroute voert je langs zee en rijstvelden, maar de Gavarres in het zuiden en de Albera in het noorden bieden een compleet ander palet. Dit is het Catalonië van kurkeiken, stille binnenwegen en vergezichten die tot aan de Pyreneeën reiken. Lokale wielrenners plannen hier hun zondagse lange rit – geen toeval, want het is rustig, uitdagend en bovenal adembenemend mooi.
Klimmen voor de gevorderde renner
De kustheuvels zijn kinderspel vergeleken bij wat de Gavarres en de Albera te bieden hebben. Wie zijn route wil uitbreiden, vindt hier beklimmingen die langer en steiler zijn, met percentages die oplopen tot boven de 10%. De wegen zijn smal, vaak verstoken van verkeer, en kronkelen door dichte kurkeikenbossen waar het licht gefilterd op het asfalt valt. Een absolute aanrader is de Coll de Banyuls, pal op de Franse grens. Deze col is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een logistieke: je fietst er letterlijk het land uit. Voor een meerdaagse tocht is dit een perfecte noordelijke uitbreiding, met aan de andere kant van de pas het Franse Roussillon. Houd er rekening mee dat de beklimmingen in de Albera vaak beginnen met een vals plat, gevolgd door een venijnig steil middenstuk. De beloning is altijd hetzelfde: een panoramisch uitzicht over de Golf van Roses en de vlakte van de Empordà, diep onder je.
Voorbereiding op lange beklimmingen
Dit is geen terrein voor een standaard racefiets met een 53-39 crankstel. Een compacte cassette, bijvoorbeeld 11-32 of zelfs 11-34, is hier geen luxe maar een noodzaak. Train daarnaast specifiek op hellingen van 6 tot 8 procent; dat is het ritme dat je hier het meest zult tegenkomen, vaak na een lange aanloop. De afdalingen zijn technisch en vragen om focus: haarspeldbochten wisselen af met rechte stukken waar losliggend grind en gevallen bladeren voor verrassingen kunnen zorgen. Rem op tijd, kijk ver vooruit en wees niet te trots om even te stoppen voor een foto. Plan deze ritten bovendien op dagen met minder wind – in de Empordà kan de tramuntana je op de open flanken van de heuvels letterlijk stilzetten. Start vroeg in de ochtend, niet alleen om de hitte te vermijden, maar ook om het zachte licht van de ochtendzon op de kurkeiken te zien. Het maakt de klim bijna poëtisch.
Routeplanning voor één dag of meerdere dagen
De Empordà leent zich uitstekend voor zowel een intense eendaagse uitdaging als voor een ontspannen meerdaagse verkenning. De keuze hangt vooral af van je conditie, je ambitie en hoeveel tijd je wilt besteden aan het opsnuiven van de sfeer in de dorpen en langs de kust. Beide opties beloven een onvergetelijke ervaring, maar vergen een andere aanpak.
Een lange eendaagse tocht van 100-130 km
Voor de doorgewinterde wielrenner die alle hoogtepunten in één keer wil zien, is er een klassieke lus die je niet snel zult vergeten. Je vertrekt vroeg in Figueres, het geboortedorp van Dalí, en fietst direct naar het zuiden, richting de uitgestrekte Aiguamolls de l’Empordà. Dit natuurpark is een vogelparadijs en een oase van rust, waar je over smalle, autoluwe dijken fietst met uitzicht op moerasland en grazende koeien. Vanuit de wetlands ga je naar de kustplaats L’Escala, waar de zeebries je tegemoet komt. Hier begint het schilderachtige deel: de weg kronkelt langs rotsachtige baaien en verborgen strandjes, met de Blauwe Middellandse Zee als constante metgezel. De klim naar het schiereiland van Begur is pittig maar kort, en wordt beloond met een panoramisch uitzicht over de Costa Brava dat je niet snel vergeet. Daarna keer je het binnenland in, via de middeleeuwse dorpen Pals, Peratallada en Monells. Deze laatste twee zijn absolute parels, met geplaveide straatjes en stenen huizen die je terugvoeren naar de middeleeuwen. De terugweg naar Figueres voert door een golvend landschap van wijngaarden en zonnebloemvelden. Deze lus combineert werkelijk alle hoogtepunten, maar vereist een strak schema. Begin daarom om 7 uur ’s ochtends, plan een lunchpauze van maximaal 45 minuten in een van de dorpen, en beperk je fotostops tot de absolute must-sees. Met een gemiddelde snelheid van 25 km/u haal je het net binnen de daglichturen, mits je tempo hoog ligt.
Een meerdaagse tocht met overnachtingen
Wil je de streek echt proeven, dan is een meerdaagse tocht de betere keuze. Je kunt de route eenvoudig over drie dagen spreiden, zodat er tijd is voor een duik in zee, een lange lunch of een bezoek aan een museum. Dag één brengt je van Figueres naar L’Escala, een relatief korte rit van zo’n 40 kilometer. Onderweg stop je uitgebreid bij de ruïnes van Empúries, de enige plek in Spanje waar zowel Griekse als Romeinse opgravingen naast elkaar liggen, direct aan zee. Dag twee is het hoogtepunt: je fietst van L’Escala naar Begur via de kustweg, met zijn steile klimmetjes en adembenemende uitzichten. Onderweg passeer je Calella de Palafrugell en Llafranc, twee charmante vissersdorpjes. Op dag drie keer je terug naar Figueres, maar je kiest dan voor de route via de Gavarres, een ruig, bebost heuvellandschap, of juist over de vlakte met haar oneindige velden. Kies voor overnachtingen in middelgrote dorpen zoals Pals of Monells, waar je rustige, kleinschalige accommodaties vindt in authentieke stenen huizen. In het hoogseizoen (juni tot september) is het verstandig om vooraf te boeken, want deze dorpen zijn populair. Reken voor een tweepersoonskamer met ontbijt op een prijs van ongeveer €80 tot €150 per nacht, afhankelijk van het comfortniveau en de locatie. Door de etappes te verdelen, houd je energie over om te genieten van de lokale gastronomie, zoals een verse vispaella aan de kust of een glas Empordà-wijn op een zonnig terras.
Veiligheid, navigatie en ondersteuning
Een schilderachtige tocht door de Empordà draait om meer dan alleen mooie wegen kiezen. Het vraagt ook om een slimme aanpak van veiligheid en navigatie. De streek staat bekend om zijn goede bewegwijzering voor toeristische fietsroutes, met bruine borden die je langs de meest pittoreske dorpjes leiden. Maar besef: niet alle wegen zijn hier even goed onderhouden. Vooral de secundaire landweggetjes tussen rijstvelden en wijngaarden kunnen onverwachte gaten, los grind of landbouwvoertuigen bevatten. Rijd daarom altijd met verhoogde alertheid, vooral in de vroege ochtend wanneer tractoren actief zijn en het licht laag staat.
Navigatie zonder gps-storingen
Navigeren in de Empordà is een uitdaging omdat je vaak door open vlaktes fietst met weinig herkenningspunten. Je gps kan hier verrassend goed functioneren, maar er zijn zones – met name rond de natuurparken van Aiguamolls de l’Empordà en de steile klimmetjes naar het binnenland – waar het signaal wegvalt of vertraagt. Een papieren kaart of een offline gedownloade route op je fietscomputer is dan ook geen overbodige luxe. Kies voor een navigatiesysteem met vooraf geladen topografische kaarten, of gebruik een app als Komoot of Ride with GPS die je route lokaal opslaat. Laad je apparaten volledig op voor vertrek en neem een powerbank mee; de afstanden tussen dorpen lijken kort, maar een verkeerde afslag kan je zomaar 10 extra kilometers opleveren.
Wat ondersteuning betreft: in de zomermaanden vind je langs de populairste routes fietscafés en reparatiepunten, maar buiten het hoogseizoen is de infrastructuur dunner. Plan je pauzes in dorpen zoals Sant Pere Pescador of Torroella de Montgrí, waar je altijd een binnenband, water of een simpele reparatie kunt vinden. Voor pech onderweg kun je rekenen op lokale fietsverhuurbedrijven die tegen een vergoeding van €15 tot €40 per ophaalservice uitrukken, afhankelijk van de afstand. Overweeg daarnaast een fietsverzekering met pechhulp; deze kost gemiddeld tussen de €35 en €90 per jaar voor een individuele wielrenner. Tot slot: draag altijd een helm, gebruik goede verlichting – ook overdag – en respecteer de voorrang van wandelaars op de onverharde paden. Zo blijft de tocht niet alleen schilderachtig, maar ook zorgeloos.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is de schilderachtige wielertocht door de Empordà-streek en hoeveel hoogtemeters zitten erin?
De tocht is ongeveer 65 kilometer lang en kent circa 450 hoogtemeters, verdeeld over enkele korte, stevige klimmetjes richting het binnenland. Het is daardoor een uitstekende route voor recreatieve fietsers met een goede basisconditie, maar geen al te zware beproeving.
Waar start en eindigt de tocht precies?
De route start en eindigt in het sfeervolle stadje Castelló d’Empúries, vlakbij het natuurpark Aiguamolls de l’Empordà. Je kunt hier gemakkelijk parkeren en er zijn diverse cafés om voor of na de rit iets te drinken.
Welke landschappen en bezienswaardigheden passeer ik onderweg?
Je fietst door glooiende wijngaarden, langs middeleeuwse dorpjes zoals Peratallada en Monells, en over rustige binnenwegen met uitzicht op de Pyreneeën. Ook kom je langs de ruïnes van het Griekse-Romeinse Empúries en het kasteel van Verges.
Is de route bewegwijzerd of moet ik een GPS-track gebruiken?
De route is niet officieel bewegwijzerd, dus het is sterk aanbevolen om een GPS-track of een fietskaart van de streek te gebruiken. De wegen zijn echter overzichtelijk en met een eenvoudige navigatie-app kom je er goed uit.
Welk type fiets is het meest geschikt voor deze tocht?
Een racefiets of een sportieve toerfiets met bredere banden (28-32 mm) is ideaal, omdat het grootste deel over goed asfalt gaat. Er zijn echter enkele korte stukken over onverharde paden, dus een hybride of gravelfiets biedt net iets meer comfort.
Zijn er onderweg voldoende mogelijkheden om te pauzeren of te lunchen?
Ja, in vrijwel elk dorp dat je aandoet vind je een bar of restaurant, met name in Peratallada, Monells en La Bisbal d’Empordà. Plan je pauze bij voorkeur in een van deze plaatsen, want tussen de dorpen liggen soms langere stukken zonder voorzieningen.
Wat is de beste tijd van het jaar om deze tocht te fietsen?
De lente (april-juni) en de vroege herfst (september-oktober) zijn ideaal vanwege aangename temperaturen en minder toeristen. In de zomer kan het erg heet worden, vooral in de open vlaktes, en in de winter zijn sommige binnenwegen modderig na regen.
Zijn er gevaarlijke of drukke wegen op de route?
De route is zorgvuldig gekozen over rustige binnenwegen en fietspaden, maar je moet op een paar korte stukken over de N-II of lokale verbindingswegen fietsen. Deze zijn over het algemeen goed te doen, maar houd rekening met landbouwverkeer in de oogsttijd.
Kan ik onderweg mijn fiets laten repareren of een fietsenwinkel vinden?
In Castelló d’Empúries en La Bisbal d’Empordà zijn fietsenwinkels en reparatiepunten, maar deze zijn niet altijd op zondag geopend. Het is verstandig om zelf een binnenband, bandenlichters en een pomp mee te nemen voor het geval je pech krijgt op het platteland.
Zijn er hoogteverschillen die ik moet voorbereiden, of is de route vlak?
De route is grotendeels vlak, maar bevat twee of drie korte klimmetjes van 2-3 kilometer met stijgingspercentages tot 6%. Deze zijn goed te doen, maar zorg dat je schakeling licht genoeg is, vooral als je met bepakking fietst.