De geheime trainingsroutes van de profs rond Girona
Ontdek de geheime wegen waar proffietsers trainen rond Girona. Van iconische cols tot verborgen gravelpaden – de ultieme gids voor wielerliefhebbers.

Wie denkt dat profs alleen op de legendarische cols van de Tour de France trainen, heeft het mis. Rondom het Spaanse Girona ligt een paradijs van stille, uitdagende wegen die de wielerelite dagelijks afstroopt. Van steile kasseienstroken tot adembenemende afdalingen door kurkenbossen: deze routes vormen het geheim achter de benen van renners als de kopmannen van UAE en Jumbo-Visma. In deze gids onthullen we de exacte lussen, de beste vertrekpunten en de slimme tussenstops die je zelf kunt rijden. Je hoeft geen prof te zijn om van hetzelfde asfalt te proeven. Pak je fiets, want na deze read weet je precies waar je moet zijn om in de wielsporen van de besten te trappen.
Waarom Girona de thuisbasis is van de profs
De geografische en logistieke voordelen
Girona ligt op ongeveer 100 kilometer ten noorden van Barcelona, maar het gevoel is een wereld van verschil. Het milde winterklimaat – met temperaturen die zelden onder de 10 graden dalen – maakt trainen in december en januari niet alleen mogelijk, maar zelfs aangenaam. De echte magie zit echter in de logistiek. Binnen tien minuten fietsen vanaf het centrum verruil je de stadsrand voor secundaire wegen met vrijwel geen verkeer. De vlakke vallei van de Ter-rivier loopt direct over in de uitlopers van de Pyreneeën. Vanuit je hotel kun je dus zowel een urenlange vlakke duurtraining als een steile beklimming van 15% starten, zonder één verkeerslicht te passeren. Profs kiezen Girona niet voor het uitzicht – hoewel dat prachtig is – maar omdat de verhouding tussen effectieve trainingsminuten en verloren tijd nergens anders in Europa zo gunstig ligt. De luchthaven op 15 minuten van het centrum maakt het bovendien eenvoudig om met een volledige ploeg, inclusief materiaalwagen, voor een trainingskamp van drie weken in te vliegen.
Hoe profs hun trainingsblokken plannen
De meeste profs trainen hier in november–februari (basisuithouding) en maart–april (specifieke intervaltraining). In de zomer is het vaak te heet en druk; de beste periodes voor amateurs zijn lente en herfst.
De trainingsschema’s variëren per team en per seizoen, maar een vast patroon is herkenbaar. In de winter ligt de focus op lange ritten van vijf tot zes uur over de vlakke wegen richting de kust of het binnenland, in een rustig tempo dat het vetmetabolisme aanspreekt. Vanaf maart verschuift de aandacht naar heuvelachtige circuits rondom Rocacorba en Els Àngels, waar intervallen van 20 tot 40 minuten op een duurzaam vermogen worden afgewisseld met explosieve stukken. Eén of twee keer per week staat er een zware klimsessie op het programma – vaak vroeg in de ochtend om drukte en hitte te vermijden. De routes worden per team geheimgehouden, maar de kern is universeel: vlakke kilometers voor de basis, glooiende lussen voor het omschakelingsvermogen, en steile hellingen voor pure kracht. Amateurs die dezelfde wegen willen verkennen, doen er goed aan tussen maart en mei of september en oktober te gaan, wanneer de temperaturen mild zijn en de profs hun zwaarste blokken al hebben afgerond.
De iconische Rocacorba-klim
De beklimming in detail
De Rocacorba is dé referentieklim van Girona, de toetssteen voor elke prof in de winterbasis of voorjaarsvoorbereiding. Officieel start de beklimming in Sant Martí de Llémena en telt zo’n 12 à 13 kilometer tot de hermitage bovenop. Het gemiddelde stijgingspercentage ligt rond de 5 à 6 procent, maar dat cijfer verhult de werkelijke aard. Het eerste deel is vals plat, ideaal om een hoog tempo op te bouwen terwijl je benen nog koud zijn. Na ongeveer vijf kilometer begint het echte werk: steile stukken tot 10 procent, vaak net in de bochten waar de weg smaller wordt en het asfalt ruwer. Daar voel je de inspanning in je benen, terwijl de weg blijft stijgen en de boomtoppen boven je uittorenen. De laatste drie kilometer zijn volledig open en onbeschut; vaak trap je daar tegen een harde wind in. Die open vlakte net onder de top is berucht: je ziet de hermitage al, maar de wind kan je tempo halveren. Het is een klim waar je niet alleen met je benen, maar ook met je hoofd moet rijden.
Praktische tips voor je eerste poging
- Start vroeg, bij voorkeur voor 9 uur, om verkeer en hitte te vermijden. De smalle wegen worden later drukker met auto’s en toeristen.
- Neem voldoende eten en drinken mee; er is geen tussenstop. Een volle bidon van 750 ml en twee energierepen zijn het minimum voor een rit van anderhalf uur.
- Gebruik een compacte crank of 34/32-verzet als je niet gewend bent aan lange klimmen. Met een standaard 39/28 zit je op de steilste stukken al snel op je kleinste verzet, en dat breekt je op.
- Parkeer bij de kerk van Sant Martí en rijd de klim op als interval (2 à 3 keer vanaf het dorp) of als één lange, constante inspanning. Voor profs is de Rocacorba ook een ideaal FTP-testparcours: rijd de eerste tien minuten rustig, geef dan vol gas tot het steile stuk, en probeer het laatste open deel op een hoog maar beheerst tempo af te maken.
Els Àngels: de intervalklim van de profs
Kort, steil en herhaalbaar
Net ten zuiden van Girona, verscholen achter Fornells de la Selva, ligt de Els Àngels – oftewel het Santuario de los Ángeles. Voor de buitenwereld is het een bedevaartsoord, maar voor de profs die in Girona wonen, is het een van de meest gebruikte trainingsbanen van de regio. De klim is ongeveer vijf kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5 à 6 procent, maar laat je niet misleiden: de stroken richting de top halen geregeld 12 procent. Juist die combinatie van kort, steil en voorspelbaar maakt de Els Àngels tot de ideale intervalklim. Waar langere cols zoals de Rocacorba vragen om geduld en ritme, is dit een klim die je in blokken van vijftien tot twintig minuten kunt herhalen. Profs gebruiken hem dan ook graag als hun “labtest”: hetzelfde parcours, dezelfde omstandigheden, en keer op keer kun je je vermogen meten zonder verrassingen.
Hoe je deze klim in een training inpast
De schoonheid van Els Àngels zit in de eenvoud van de training die je eromheen kunt bouwen. Begin met een rustige warming-up van ongeveer dertig minuten over de vlakke wegen richting Fornells de la Selva. Zodra je de eerste hellingspercentages voelt, kun je direct starten met je eerste interval. Rij drie tot vier herhalingen van de volledige klim, met telkens tien minuten rustig terugfietsen naar het startpunt. Dat terugrijden is niet alleen herstel, maar ook een manier om je benen los te houden. De afdaling zelf is relatief recht, maar aan de zuidkant – richting het klooster – vind je een aantal technische bochten die perfect zijn om je bochtentechniek te oefenen bij hogere snelheid. Let wel op: het asfalt kan er in de winter vochtig blijven en er rijden af en toe wandelaars. Plan je intervallen bij voorkeur vroeg in de ochtend, wanneer het rustig is en de temperatuur nog koel. Zo haal je het maximale uit elke herhaling en werk je precies zoals de profs: gecontroleerd, scherp en met een duidelijk doel.
Coll de Medes: de lange klim naar de kust
De route en het profiel
Coll de Medes is niet de beroemdste beklimming in de regio Girona, maar voor de profs die hier trainen is het een vaste waarde op weg naar de kust. De klim begint net buiten Girona, richting Sant Feliu de Guíxols, en meet ongeveer 10 kilometer. Het gemiddelde stijgingspercentage ligt tussen de 4 en 5 procent – maar laat je niet misleiden. Het profiel is allesbehalve vlak: lange stukken vals plat waar je ritme vindt, afgewisseld met korte, venijnige secties tot 8 procent, vooral in de haarspeldbochten halverwege. Precies die onregelmatigheid maakt de klim interessant voor training. Je kunt niet simpelweg op een constant vermogen zitten; continu schakelen en je cadans aanpassen is de boodschap. Veel WorldTour-ploegen gebruiken Coll de Medes als tussentijdse test tijdens een lange duurrit, of als opwarmer voor een intensiever blok op de Rocacorba later in de week. Het asfalt is over het algemeen goed, maar de bermen kunnen in de winter wat vuil opleveren – blijf dus uit de greppels.
Combinatie met de kust
De echte waarde zit in de combinatie met het kustgebied. Je rijdt de klim op, daalt af naar Llagostera, en vervolgt je weg richting de zee bij Palamós. Zo bouw je een lus van 90 tot 120 kilometer: één lange klim, een snelle afdaling, en daarna glooiend terrein langs de kust. Een klassieker onder lokale profs, juist omdat je op één rit hoogtemeters, vlakke stukken en technische afdalingen meepakt. De afdaling naar Sant Feliu is snel en bochtig; je haalt makkelijk 70 kilometer per uur. Maar wees gewaarschuwd voor los grind in de bochten, vooral na een regenbui of in het vroege voorjaar. Neem je bochten ruim, blijf op je eigen weghelft, en laat je niet verleiden tot volle sprintjes op dalende stukken. Wie de klim rustig oprijdt, geniet van uitzicht over de heuvels richting de Middellandse Zee en komt boven met het gevoel dat het zwaarste werk erop zit. Daarna wacht de zee, een koffiestop in Palamós of Sant Feliu, en de terugweg over de kustweg naar Girona – vlak, maar vaak met een stevige zeewind in het gezicht.
Coll de Sant Grau: de perfecte warming-up
Een korte, pittige opwarmer
De Coll de Sant Grau is misschien wel de meest onderschatte klim van de regio Girona. Op de weg van Girona naar Sant Gregori wacht een beklimming van 4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 5 tot 6 procent – de ideale manier om je benen wakker te schudden. Terwijl de beroemde Rocacorba vaak direct vanuit de voordeur wordt aangevallen, gebruiken de profs deze kortere route juist om het lichaam op temperatuur te brengen. Het asfalt ligt er goed bij, het verkeer is beperkt in de vroege ochtenduren, en de weg is breed genoeg om rustig omhoog te draaien terwijl je hartslag langzaam oploopt. Extreme uitschieters kent de klim niet, maar de constante helling laat je nooit echt uitrusten. Voor een snelle prikkel – bijvoorbeeld een interval van 10 minuten op hoog tempo – is Sant Grau perfect: kort genoeg om scherp te blijven, lang genoeg om een trainingsprikkel te geven. Boven wacht een snelle, technische afdaling richting het dal van de Llémena, waar het landschap opent en je de eerste vergezichten over de Pyreneeën ziet.
Loop met Rocacorba
De echte magie ontstaat echter in combinatie met zijn grote broer. Een klassieke profroute start gewoon in Girona, waar je direct richting Sant Gregori fietst over licht glooiende wegen. Na zo’n 10 vlakke kilometers sta je aan de voet van Sant Grau. Je klimt de 4 kilometer omhoog, daalt aan de andere kant af en slaat door naar Sant Martí de Llémena. Dit dorpje is het vertrekpunt van de Rocacorba: een legendarische klim van maar liefst 11 kilometer met een gemiddelde stijging van 8,5 procent en passages boven de 15 procent. Door eerst Sant Grau te pakken, activeer je je spieren en breng je je cardiovasculaire systeem op gang – precies wat je nodig hebt voor de lange, zware inspanning die volgt. De totale lus meet zo’n 70 tot 80 kilometer met twee keer klimmen, maar voelt nooit als een monsterrit. Het is een favoriet onder de WorldTour-pelotons die in Girona verblijven: in minder dan drie uur heb je een complete training – opwarming, krachtwerk, een lange klim en een snelle afdaling terug naar de stad. Wie het slim aanpakt, eindigt net voor de middag weer op het terras aan de Riu Onyar, met een goed gevoel en benen die precies de juiste prikkel hebben gehad.
De vlakke wegen van de Girona-vlakte
Endurance en tempo op rustige wegen
De mythische beklimmingen van de Costa Brava en de Pyreneeën krijgen alle aandacht, maar het geheim van veel profs ligt juist in de uitgestrekte, vlakke landbouwgronden ten zuiden van Girona. Rond de dorpen Fornells de la Selva, Cassà de la Selva en Llagostera vind je het perfecte canvas voor de minder glamoureuze maar essentiële trainingsuren. De wegen zijn er ideaal voor duurritten van drie tot vijf uur, met uitzonderlijk weinig gemotoriseerd verkeer. Het asfalt is verrassend goed en vaak recent vernieuwd vanwege de lokale kurk- en landbouwindustrie. Profs gebruiken dit netwerk specifiek voor hun ‘tempo’-dagen: een constante, hoogvermogen inspanning waarbij de hartslag strikt in de zones blijft, zonder de pieken en dalen van een klim. Hier wordt de basis gelegd voor de explosiviteit op de hellingen van de Tourmalet of de Mortirolo. Je ziet ze dan ook vaak in een strakke, aerodynamische houding, met een gestage cadans van 90-95 rpm, kilometer na kilometer op dezelfde grote ring.
Voorbeeld van een vlakke trainingslus
Een klassieke lus die je vaak tegenkomt in de Strava-data van de WorldTour-renners is: Girona → Fornells de la Selva → Cassà de la Selva → Llagostera → terug via de GI-555. Dit is ongeveer 60 kilometer volledig vlak, perfect voor een gestage duurtraining of een lange intervalreeks van 3 keer 20 minuten op drempelvermogen. Het mooie is dat je de lus eenvoudig kunt uitbreiden met extra lussen rond Llagostera voor een langere blok van 4 uur.
Let echter op: de wind is hier een stille trainingspartner die je niet mag onderschatten. In de vlakke, open polders heeft de zuidelijke wind (de ‘Garbí’) vrij spel, vooral in de middag wanneer de thermiek op gang komt. Slimme profs plannen hun zware inspanning daarom bewust tegen de wind in. Je vertrekt met een tegenwind die je tempo verlaagt, waardoor je vermogen hoog blijft bij een lage snelheid, en je keert met rugwind terug naar huis voor een snelle, herstellende uitrij. Wie dit negeert, maakt het zichzelf onnodig moeilijk of traint juist te zwaar in de verkeerde zone. Kijk dus altijd naar de windrichting voordat je aan deze lus begint, en reserveer je sterkste benen voor het eerste deel.
De kustroute van Palamós naar Begur
Rollend terrein met uitzicht
De wegen GI-652 en GI-653 behoren tot de best bewaarde geheimen van de Costa Brava. Tussen Palamós en Begur slingert het asfalt over glooiende heuvels met voortdurend uitzicht op de Middellandse Zee. Dit is geen vlakke kustrit, maar een permanent rollend parcours, ideaal voor profs die hun kracht willen opbouwen zonder al te lange beukpartijen. De golvende wegen dwingen je constant te schakelen, met korte, explosieve stukjes die naadloos aansluiten op de lokale wedstrijdcultuur. Veel WorldTour-renners die in Girona wonen, gebruiken dit traject als vaste dinsdagrit: niet te zwaar, maar nooit makkelijk.
Het hoogtepunt is onmiskenbaar de Coll de la Ganga, een korte maar venijnige klim vlak bij Begur. Amper 2 à 3 kilometer lang, met een stijgingspercentage van 7 tot 8 procent, is het de perfecte plek om explosiviteit te trainen. De beklimming start onschuldig, maar het laatste stuk draait stevig door, waardoor je volledig op het tandvlees moet gaan. Profs rijden dit vaak twee of drie keer op en neer als intervaltraining: kort genoeg om te herstellen, lang genoeg om de benen echt te laten branden.
Een complete kusttraining
Voor een volledige training rond deze route volgen veel profs in en rond Girona het volgende lusvormige parcours, dat dient als vaste lange duurtraining:
- Start in Girona en rijd eerst via de Coll de Medes naar Palamós. Deze lange, gestage beklimming warmt je benen op zonder ze te slopen — ideaal om het eerste uur rustig te laten verlopen.
- Volg daarna de kustweg van Palamós richting Begur. Neem onderweg de Coll de la Ganga mee, bij voorkeur in een hoog tempo, zodat je het kortste steile stuk combineert met de rollende kilometers ervoor en erna.
- Keer terug via de binnenlandse wegen (GI-653 en GI-664) richting Girona. Dit gedeelte is minder toeristisch, maar biedt uitstekend asfalt en een rustig verkeersbeeld. Je rijdt door kurkeikenbossen en kleine dorpjes, met nog een paar korte hellingen die je scherp houden.
- Totaalafstand: 100 tot 130 kilometer, met één lange klim (Coll de Medes), één korte steile klim (Coll de la Ganga) en eindeloos rollend werk. Perfect voor een renner die duurvermogen en explosiviteit wil combineren, zonder de benen volledig af te breken.
De route is prima te rijden op een normale racefiets met compacte cassette, maar profs kiezen vaak voor een iets lichter verzet op de Coll de la Ganga, want de stijlheid op het einde is verraderlijk. Rijd bij voorkeur vroeg in de ochtend, voordat het toeristenverkeer op de kustwegen op gang komt. In het voorjaar en de herfst is het bovendien aangenaam koel, terwijl de zeewind in de zomer voor verfrissing zorgt.
Praktische planning en navigatie
Wie de trainingsroutes van de profs rond Girona wil verkennen, doet er goed aan om niet blind op het geheugen te vertrouwen. Een fietsnavigatie – denk aan een Garmin of Wahoo – is hier geen luxe, maar een noodzaak. Laad voor vertrek GPX-bestanden van lokale fietsclubs of platforms zoals Ride with GPS en Strava; veel routes rond Girona zijn door lokale renners zorgvuldig uitgezet en voorzien van commentaar over wegdek en verkeersdrukte. De beste bestanden vind je vaak via de sociale kanalen van wielerclubs uit Banyoles of Cassà de la Selva, die wekelijks hun favoriete lussen delen.
Qua verkeersveiligheid is de keuze van de weg cruciaal. De secundaire wegen met de nummering GI-5xx en GI-6xx zijn veruit het veiligst: ze zijn rustig, vaak geasfalteerd met een fijne korrel, en worden door de lokale bevolking verwacht als fietsers passeren. Vermijd absoluut de N-II en de AP-7; deze zijn niet alleen gevaarlijk vanwege het vrachtverkeer, maar ook gewoon onaangenaam door lawaai en uitlaatgassen. Een ander punt dat profs van recreanten onderscheidt: ze rijden altijd met een helder achterlicht, zelfs op klaarlichte dag. Veel van deze wegen hebben bovendien geen enkele bevoorrading – geen dorp, geen fontein, geen bar. Neem daarom altijd een powerbank mee voor je navigatie en telefoon, en stop voldoende voeding in je jersey. Een lege batterij op een afgelegen klim is niet alleen vervelend, maar kan in de winter ook gevaarlijk zijn.
Seizoensgebonden aanpassingen
De routes rond Girona veranderen dramatisch met de seizoenen, en wie slim traint, past zijn planning daarop aan. In de winter zijn de bekende klimmen – zoals de Rocacorba of de Els Àngels – vaak helder en vrij van sneeuw, maar de temperaturen schommelen tussen de 0 en 10°C, vooral in de ochtend. De vlaktes richting de kust zijn dan juist winderig, waardoor een rustige duurtraining al snel een krachttocht wordt. De lente is veruit het ideale seizoen, maar dan komen ook de toeristen naar de kustwegen rond Palamós en Sant Feliu de Guíxols. Plan je zware intervallen of lange ritten daarom op doordeweekse ochtenden, tussen 8.00 en 11.00 uur, wanneer het verkeer minimaal is en de temperatuur nog aangenaam.
Er is overigens geen officiële ‘pro-route’; de profs variëren voortdurend op basis van windrichting, vermogen en het trainingsdoel van de dag. Gebruik deze gids dan ook als basis, maar durf zelf te schuiven met beklimmingen en dalen. Soms is een tegenwindse vlakke rit waardevoller dan een snelle afdaling, en soms is die ene steile korte klim precies wat je benen nodig hebben. Het mooie van Girona is dat je elke dag een ander parcours kunt samenstellen zonder ooit op dezelfde weg te rijden – als je tenminste weet waar je moet zoeken.
Conclusie
De geheime trainingsroutes rond Girona zijn meer dan alleen asfalt: ze vormen het dagelijkse decor van de wereldtop, maar blijven voor iedereen toegankelijk. Wie zelf de benen wil laten spreken, hoeft geen prof te zijn. Het draait om de juiste keuze van klim, timing en stilte. Begin klein: kies één route uit dit artikel, plan een ochtendrit buiten de piekuren, en ervaar zelf waarom de pro’s hier jaar na jaar terugkeren. De volgende stap is simpel: zadel op, fiets naar de eerste afslag, en ontdek dat het geheim niet in de route zit, maar in het ritme dat je er zelf aan geeft.
Veelgestelde vragen
Waarom trainen profwielrenners specifiek rond Girona?
Girona biedt een unieke combinatie van rustige, goed geasfalteerde wegen, gevarieerd reliëf en een mild klimaat, waardoor er het hele jaar door getraind kan worden. Daarnaast wonen veel profs hier, waardoor er een sterke trainingscultuur en kennis van de beste routes is ontstaan.
Welke wegen zijn het meest populair onder profs voor duurtraining?
De wegen richting de Costa Brava, zoals de C-66 naar Palamós en de omliggende binnenwegen, zijn favoriet voor lange, vlakke duurritten. Ook de rustige wegen rondom het vliegveld en de vlaktes richting Banyoles worden veel gebruikt voor gestaag tempo.
Zijn er specifieke beklimmingen waar profs vaak trainen?
Ja, de Rocacorba is dé iconische klim vlak bij Girona, met een steil en onregelmatig verloop. Andere veelgebruikte cols zijn de Els Angels (kort en explosief) en de Col de Sant Julià, die ideaal is voor herhalingen en tempo.
Hoe herken ik wegen die geschikt zijn voor profs?
Let op wegen met weinig verkeer, goed asfalt en duidelijke markeringen, vaak in landbouwgebied of heuvels. Profs mijden drukke N-wegen en kiezen voor kleine, kronkelende wegen die op kaarten vaak als ‘groen’ of ‘wit’ zijn aangeduid.
Zijn er wegen die profs vermijden en waarom?
Ja, wegen met veel vrachtverkeer, zoals de N-II of de AP-7 opritten, worden vermeden vanwege veiligheid. Ook slecht onderhouden grindpaden of wegen met veel drempels worden gemeden, omdat ze het trainingsritme verstoren.
Wat is de beste tijd van het jaar om deze wegen te trainen?
Het voor- en najaar zijn ideaal, met temperaturen rond 15-20°C en weinig wind. In de zomer trainen profs vaak vroeg in de ochtend om de hitte te vermijden, terwijl de winter zacht genoeg is voor buitenritten, maar met kans op regen.
Zijn de wegen rond Girona ook toegankelijk voor recreatieve fietsers?
Ja, alle wegen zijn openbaar en toegankelijk, maar recreanten moeten rekening houden met het hoge tempo van profs. Het is verstandig om dezelfde rustige wegen te kiezen en goed uit te kijken bij het inhalen, vooral in bochten.
Hoe kan ik zelf een trainingsroute plannen op basis van waar profs rijden?
Gebruik platforms zoals Strava of Komoot en filter op segmenten met veel activiteiten van profs, zoals ‘Rocacorba’ of ‘Girona loop’. Begin met een bestaande route van een lokale fietsclub en pas de afstand en hoogtemeters aan jouw niveau aan.
Zijn er gevaarlijke punten op deze wegen waar ik extra alert moet zijn?
Ja, de afdalingen van Rocacorba en Els Angels hebben haarspeldbochten met soms los grind. Ook oversteekplaatsen van de C-66 richting de kust kunnen druk zijn, en sommige landbouwwegen hebben onverwachte gaten of modder na regen.
Zijn er lokale regels of etiquettes die ik moet respecteren op deze wegen?
Rijd altijd rechts, geef duidelijk aan wanneer je inhaalt, en groet andere fietsers. In groepen wordt er vaak op één of twee rijen gereden, en het is gebruikelijk om geen muziek te dragen zodat je elkaar kunt waarschuwen voor obstakels.